In Palazzo Rota Ivancich in Venetië is zopas We Thought We Were Alone geopend, de eerste sculpturale solotentoonstelling van Koen Vanmechelen in de stad. De Belgische kunstenaar toont er veertig nieuwe sculpturen en installaties, speciaal gemaakt voor deze editie van de 61ste Biennale van Venetië. Vanmechelen werkte twee jaar aan de tentoonstelling in wat hij “de meest uitdagende kunstarena mogelijk” noemt.
De besloten opening bracht enkele honderden genodigden samen. Youssou N’Dour reisde met zijn gezelschap vanuit Senegal naar Venetië voor een concert tussen de sculpturen. Met de Senegalese muzikant werkte Vanmechelen vorig jaar ook samen tijdens het Wild Gene Festival in LABIOMISTA, zijn cultuurpark in Genk.
Vanmechelen beschouwt Venetië als zijn tweede geboortestad. “Hier ben ik 30 jaar geleden als kunstenaar geboren,” zegt hij. We Thought We Were Alone vertrekt vanuit een grondthema in zijn oeuvre: de plaats van de mens binnen een bioculturele werkelijkheid waarin leven, omgeving, soort, domesticatie en identiteit voortdurend op elkaar ingrijpen. De mens verschijnt niet als middelpunt, maar als één schakel in een ouder, wederkerig systeem. Daarmee sluit de tentoonstelling aan bij In Minor Keys, het thema van de 61ste Biennale van Venetië: niet de triomf van de beschaving, maar de stille krachten waar het leven van afhankelijk is.
“Venetië tijdens de Biennale is misschien de moeilijkste arena die er is,” zegt Vanmechelen. “Alles is hier al gezien, alles is hier al gezegd. Je kunt je niet verstoppen achter schaal of spektakel. Twee jaar lang heb ik aan deze tentoonstelling gewerkt, maar het moeilijkste was niet om werk te maken. Het moeilijkste was om het mysterie achter de creatie van deze werken doorheen de tentoonstelling te laten schemeren.”
We Thought We Were Alone ontvouwt zich over drie verdiepingen van Palazzo Rota Ivancich, op enkele minuten wandelafstand van het San Marcoplein. Het gebouw is geen neutrale tentoonstellingsruimte. De hoge kamers, oude pleisterlagen, scheuren, trappen, balkons en ramen op de kanalen trekken de werken mee in hun eigen geschiedenis. “Het palazzo is een cocon,” zegt Vanmechelen. “Een plaats waar vormen loskomen, verschuiven en veranderd terugkeren. De muren, de littekens, het licht, de trappen — ze werken mee. Ze houden de beelden niet alleen vast, ze veranderen ze.”
Op de begane grond begint de tentoonstelling bij geboorte en onzekerheid, met werken die de gelaagdheid en evolutie van het menselijk dier openbaren.
Vanmechelen toont een wezen dat domesticeert en daardoor zelf gedomesticeerd wordt. De eerste verdieping toont de gevolgen. Hier verschijnen dieren, lichamen en eieren onder druk: gedragen, vastgehouden, versteend, verplaatst, blootgesteld. Silence, het meest confronterende werk, toont een marmeren hyenalichaam, vastgebonden en geketend. De mond is gesnoerd, het lichaam bijna versteend. Toch houdt het dier een ei, de toekomst, zorgvuldig in zijn klauwen.
“Eeuwenlang dachten we dat we alleen waren,” zegt Vanmechelen. “We zagen onszelf als maatstaf van vooruitgang, als hoeder van het paradijs, als eindpunt van de evolutie. Maar de dieren in deze tentoonstelling zijn boodschappers van een andere waarheid. In hun blik zien we wat onze domesticatie heeft gekost: we hebben de wereld getemd en onderweg hun bestaan en onze eigen wildheid aangetast.”
Centraal in de tentoonstelling staat I Never Lost Paradise, een vijf meter hoge installatie waaraan Muranese glasblazers meer dan een jaar hebben gewerkt. In het hart van het glas bevindt zich een reusachtig bronzen bot, houder van menselijk DNA, een levensboom. In de vele kamers van het palazzo verschijnen een kind dat worstelt met een iguana, een koala vastgebonden aan een verkoolde boom, een condor op een gebroken vinger, een ijsbeer die overleeft in een artificiële bubbel. Under Pressure trekt de conclusie: ‘We are all immigrants’, elk organisme zoekt een ander organisme om te overleven. Tegenover die kwetsbaarheid plaatst de tentoonstelling ook een hardnekkig geloof in ontmoeting, creativiteit en gedeelde menselijkheid als bron van hoop.
Een afzonderlijke ruimte in het palazzo is gewijd aan Wild Gene Festival, de samenwerking tussen Vanmechelen en Youssou N’Dour, als installatie met beeld, video en geluid. Het negen meter canvas dat Vanmechelen live schilderde tijdens het festival op 1 augustus 2025 in LABIOMISTA — terwijl N’Dour met Le Super Étoile de Dakar optrad —is eerst te zien op het Lido, in de Global Campus of Human Rights. Daarna verhuist het werk naar Villa Widmann in Mira, net buiten de stad Venetië, beroemd om zijn historische villa’s.
“De Wild Gene-installatie maakt van dit palazzo een plek waar kunst en muziek op een ongeziene manier samenkomen,” zegt N’Dour. “Ze mengt geluid, gebaar en kleur tot een levende dialoog tussen mens en natuur.”
Curator James Putnam ziet in We Thought We Were Alone een tentoonstelling waarin Vanmechelen zijn sculpturale taal verder openbreekt. “Vanmechelen brengt geen illustratie van verbonden leven. Hij creëert omstandigheden waarin het zichtbaar wordt. Door hybriden, drempels en kwetsbare systemen door het palazzo te laten bewegen, verandert hij een vertrouwde gedachte in een fysieke ervaring: een voortdurende onderhandeling tussen vorm en transformatie.” Putnam cureerde zijn eerste tentoonstelling met Vanmechelen in 2013 in Palazzo Franchetti in Venetië. “Sindsdien volg ik zijn evolutie op de voet. Dit is zonder meer zowel narratief als sculpturaal de sterkste tentoonstelling die hij ooit heeft gemaakt.”
We Thought We Were Alone loopt tot en met 22 november 2026 in Palazzo Rota Ivancich in Venetië, tijdens de 61ste Biennale van Venetië.
Praktisch
Tentoonstelling: We Thought We Were Alone
Kunstenaar: Koen Vanmechelen
Curator: James Putnam
Organisatie: LABOVO
Locatie:
Palazzo Rota Ivancich
Calle del Remedio 4421, Castello, Venetië
5 minuten wandelen van Piazza San Marco
Vaporetto: San Zaccaria
Data: 9 mei – 22 november 2026
Openingsuren:
Maandag gesloten
11:00 – 19:00 (mei – september)
10:00 – 18:00 (oktober – november)
Foto: © Koen Vanmechelen, photo by Francesco Allegretto, 2026












