Bio-ingenieurs zoeken Antwerpse tuinen om naar wormen te speuren
De rol van groen in de stad wordt steeds belangrijker. Ook privétuinen hebben daarbij een belangrijke functie. Maar hoe is het gesteld met de kwaliteit van die tuinen? Dat onderzoeken bio-ingenieurs van de Universiteit Antwerpen de komende maanden, met de hulp van … regenwormen.
De aarde warmt op, we kennen langere en extremere periodes van droogte. Steden kreunen meer en meer onder het hitte-eilandeffect. Door een gebrek aan groen en water en door het gebruik van materialen zoals steen, beton en asfalt is het in de stad vaak nog enkele graden warmer dan in een meer landelijke omgeving.
“Het aanwezige groen in een stad speelt dus een belangrijke rol”, zegt prof. Roeland Samson, bio-ingenieur op de Universiteit Antwerpen. “Grasbodems, struiken en bomen kunnen een positief effect hebben op de gezondheid van mensen, zowel fysiek als mentaal. Maar dan moet de bodem wel van goeie kwaliteit zijn. Een gezonde bodem neemt regenwater op en houdt het vast, wat helpt tegen wateroverlast en droogte. Hij voedt planten en bomen, en slaat koolstof op.”
Tuinen zijn een black box
Er zijn gedeeltelijke data beschikbaar over de kwaliteit van de bodem in parken, maar privétuinen zijn een ‘black box’. Samson: “Alle tuinen samen maken een belangrijk deel uit van het groen in de stad. Met het project ‘Worm onder ’t Stad’ willen we de gezondheid van de bodems in tuinen in kaart brengen. Een bodem is een levend systeem waarin schimmels, bacteriën, insecten en wormen samenwerken. Regenwormen zijn echte ecosysteemingenieurs en zijn een goede indicator van een gezonde bodem.”
Waar veel regenwormen zitten, is de bodem vaak losser, vruchtbaarder en beter bestand tegen droogte en overvloedige regen. Net daarom zijn ze een goede graadmeter voor de gezondheid van een bodem. In een goede graslandbodem zitten vaak enkele honderden regenwormen per vierkante meter, in een akker meestal minder. In stedelijke bodems is het beeld heel wisselend.

Bodemstalen verzamelen
Samen met doctoraatsstudent Rune Melis en masterstudent milieuwetenschappen Enrique Zoete verzamelt Samson de komende maanden bodemstalen in Antwerpse tuinen. “We willen achterhalen welke wormensoorten er leven, en met hoeveel ze zijn”, legt Melis uit. “ We meten onder andere de zuurtegraad en de hoeveelheid organische stof. Zo ontdekken we welke impact de regenwormen hebben op je tuin en wij, als mens, op de regenwormen.”
De onderzoekers steken de graszoden uit op een stukje van 30 op 30 centimeter. Na analyse in het labo krijgen de bewoners in de lente van 2027 een overzicht van wat er in hun tuin gevonden werd en een algemeen beeld over de Antwerpse tuinen. Wie mee wil doen met dit nieuwe burgerwetenschapsproject, kan zich kandidaat stellen via de website www.uantwerpen.be/wormondertstad.
Foto: UAntwerpen












