“Maid of Orleans”, ook genoemd The Waltz of Joan of Arc, werd geschreven in 1982 op de 550-ste verjaardag van de dood van Jeanne d’Arc door iemand van OMD ( Orchestral Manoevres in the Dark) een Britse pop cult groep uit de 80’s. Het is een soort van ballade met speciale muziek met lyrische thema’s als liefde en opoffering. Maar wie was Jeanne d’Arc? En waar vinden we iets over haar terug? Hiervoor moeten we ons begeven naar de regio “ L’Ouest des Vosges”, ( departement Vosges). Een nog niet zo gekende streek ver weg van het massa toerisme. Begin je zoektocht in Domrémy-Le –Pucelle.
Domrémy-le-Pucelle.
Een bescheiden dorpje aan de oevers van de Maas, aan de Noordelijke grens van de Vogezen. Het is een typisch Lotharingen dorp met quasi één straat. De kerk, die dateert uit de tijd van Jeanne d’Arc werd veel verbouwd en vergroot.
Het Maison Natale is haar geboortehuis en is ontroerend eenvoudig. Hier werd ze op 6 januari 1412 geboren, een vroom meisje in een nogal welgesteld landbouwersgezin. Hier kreeg ze ook haar visioenen en hoorde ze stemmen die haar opdroegen om Frankrijk en de Koning in spé te bevrijden.

Boven de deur het wapenschild van Frankrijk tussen twee kleinere wapenschilden, één met de familiewapens en één met drie ploegijzers. In een nis het beeld van een knielende Jeanne, een kopie van een 16e -eeuws origineel. Binnen zie je vier ruimtes: Le Chambre Natale, de kamer van haar drie broers, de kamer van Jeanne en haar zuster en een voorraadplaats. De kamers zijn leeg maar de lokale gids van het museum zal je wellicht wegwijs maken doorheen het geheel.
Het “Centre d’interprétation Visages de Jehanne” is een modern gebouw, vlak bij het ouderlijke huis. Je wordt ondergedompeld in de middeleeuwse wereld met afbeeldingen en audiovisuele beelden. Een grote galerij plaatst Jeanne terug in haar tijd: Kindertijd, Vertrek, de twee processen, de veroordeling en de rehabilitatie. Heel veel afbeeldingen van haar, allen zeer verschillend. Daar er geen exact beeld van haar was tijdens haar leven heeft de latere geschiedenis hierin een groot deel gehad en maakt het allemaal ook heel mythisch.

Juist boven het dorpje, met een mooi zicht op de Maasvallei, (een Maas die hier idyllisch meandert ) is er de Basilique Sainte Jeanne d’Arc. In de 19e eeuw was er al een grote interesse om haar te erkennen met eerbiedwaardigheid, zalig maken tot zelfs heilig verklaren. In 1881 begon men met de bouw van een bescheiden kapel crypte. Deze crypte is nu gewijd aan Notre Dame des Armées. Later werd er boven deze kapel een grotere kerk gebouwd die in 1925 voltooid was. Binnenin een prachtige combinatie van mozaïek, zowel in het koor als in de koepels. Ook een achttal grote schilderijen, die het leven van Jeanne overlopen, van haar jeugd in Domrémy tot haar dood in Rouen op de brandstapel. Het geheel wordt omzoomd door kleurrijke glasramen. Op de esplanade voor de basiliek nog beelden van Jeanne, haar ouders en beschermheiligen. Trouwens Jeanne d’Arc is altijd geassocieerd met St. Michel, St. Catherine en St. Marguerite. Je kan je bezoek hier afsluiten in het gezellige restaurant “ Du Bois Chenu” gelegen op een paar stappen naast de basiliek.

Vaucouleurs.
Wil je nog meer weten over Jeanne d’Arc, dan kan je 20 km noordelijk van Domrémy, terecht in het kleine stadje Vaucouleurs. Hier schreef Jeanne geschiedenis in februari 1429. Na verschillende pogingen kon ze eindelijk vertrekken naar de Dauphin ( de latere Koning Charles VII). De Porte De France, hoog boven het stadje is samen met de oude lindeboom nog de enige getuige van dit feit. Hierboven was ook een kasteelkapel met crypte. Sinds 1928 staat er nu een gotische reconstructie met binnenin, hoe kan het ook anders, vele glasramen met verhalen over Jeanne.

Voor de “ die hards” is er in het stadje zelf nog het “ Musée Jehanne d’Arc”. Hier gebruikt men ook nog de oude spelling van haar naam. Dit museum is in feite een aanvulling op Domrémy. Jeanne d’Arc was inspiratie voor schrijvers, geschiedkundigen en kunstenaars vanaf de Middeleeuwen tot nu. Het beeld van Jeanne en zijn evolutie door de eeuwen heen: het religieuze beeld, het beeld tussen legende en waarheid, historisch gezien, seculiere beelden en invloed op media en het herstel van een mythe. Je kan dit museum combineren met een bezoek aan het stadhuis, dat een aantal moderne hangtapijten in de hal heeft en in de trouwzaal een monumentaal schilderij” Le Départ de Jehanne d’Arc de Vaucouleurs. Jeanne D’Arc, veel geschiedenis, veel mythe, veel legende. Deze mixte maakt het wel erg interessant.

Neufchateau.
Nog in dit deel van “ L Ouest des Vosges” is Neufchateau zeker een stop waard. Het stadje met een 7.000 tal inwoners staat ook vermeld in “ Les 100 Plus Beaux Détours de France”, uitgegeven door Michelin. Het kleine stadje in het hart van het Lotharingse platteland heeft een mooi historisch centrum. Het Office de Tourisme is gelegen op ( hoe kan het anders) Place Jeanne d ‘Arc. Haar standbeeld staat hier in het midden tussen panden uit de XVII- e en XVIII- e eeuw. De St. Nicolas kerk is zeker een bezoek waard. De kerk is ongewoon omdat ze gedeeltelijk rust op een romaanse crypte ( kapel) uit het einde van de 12e eeuw, een crypte die de helling van de heuvel corrigeert.

De bovenkerk heeft buiten twee altaarstukken uit de 17e eeuw, ook een prachtige scène van 9 stenen beelden: een grafscène uit de 15e eeuw, afkomstig uit het klooster Cordeliers. Het oude klooster van de Augustinessen heeft later ook menige andere functies gehad. Op je ronde door de stad kom je onder meer het oude Tribunaal tegen en in een vleugel van het oude klooster kom je terecht in het Italiaans theater Le Scala. Ga ook even in het stadhuis de Renaissancetrappen bezichtigen. Ze dateren uit de 16e eeuw en zijn in 2014 volledig gerestaureerd. Boven na 100 trappen heb je een mooi zicht over de stad. Er zijn verschillende formules om de historische kern te bezoeken.
Hotel L’Evidence op 10 min te voet van het historisch centrum is een gezellig familiehotel met een brasserie vol typische streekgerechten.
La Meuse Attractivité.
Het aanpalende departement van de Meuse ( richting België) heeft rond het stadje St.Mihiel veel natuur en bos. Hier kan je zelfs kiezen tussen geschiedenis en eigentijdse kunst.

De Saillant de St. Mihiel heeft een belangrijke plaats in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. De Saillant of boog ( uitstulping in het front) kwam reeds vroeg tot stand in 1914. De Duitse linies situeerden zich ruwweg van een gebied ten westen van Verdun tot aan Pont-à-Mousson, onder Metz met een driehoekige uitstulping rond St.Mihiel, een bijna 20 km boog in de Franse verdedigingssector. Het bleef in Duitse handen tot de Frans-Amerikaanse aanval, vier jaar later in september 1918.

Het was dus een ware stellingenoorlog hier met nauwelijks beweging. Beide troepen groeven zich elk op hun manier in, met een niemandsland van amper een 100 tal meter. Hier in het bos op enkele km van St. Mihiel kan je nog Duitse en Franse loopgraven zien. Je kan dit met een gids bezoeken of zelf de borden in het bos volgen. De Duitse zijn te onderscheiden door hun groot aantal delen in beton. Een Franse loopgraaf in hout is enkele jaren geleden gereconstrueerd. Dichtbij is ook de Duitse militaire begraafplaats met originele stenen van vroegere verdwenen kleinere begraafplaatsen.

Een 9 tal km buiten St Mihiel is er het grote Staatsbos ( Forêt Domaniale de Marcaullieu.) Zes dorpjes bevinden zich in en rond het bos. In één van hen, Lahaymeix ontstond in 1997 het idee van “ Vents Des Forêts. Nu in 2026 zijn er zeven circuits door het bos, die zowel te voet, te paard of met VTT fiets kan gedaan worden. Door heel het bos staan bijna 200 kunstwerken, sommige reeds vanaf de start in 2020. Alle uitleg en een handig plannetje kan je bekomen in Maison Vent des Forêts, het oude cafeetje van Lahaymeix.

Hier is ook het nieuwe gebouw gevestigd waar kunstenaars vanaf nu aan hun kunstwerken kunnen werken. Een terrein van experimentele artistieke kunst te midden van een landelijk gebied. Alle kunstwerken hebben ook een uitlegplaatje. In het bos zijn er trouwens ook twee overnachtingsplaatsen.
Tot slot voor gourmands: in St Mihiel is er op 9 Place du Saulcy, Maison Polmard. Een vierde generatie van een beenhouwersfamilie, die zelf instaan voor het kweken van hun runderen. Hier in St Mihiel is er naast de grote beenhouwerij en charcuterie toog ook plaats voor een restaurant met eigen gerijpt vlees en superlekkere menu’s.
www.coeurdelorraine-tourisme.fr
Tekst en foto’s: Gust Charrin.












