Wetenschappers ontdekken nieuwe piste voor parkinsonbehandeling
In een poging tot het afremmen van de ziekte van Parkinson neemt de wetenschap onze darmen in het vizier. Door een kettingreactie, die begint bij de tiltslaande ‘stofzuigers’ van ons darmstelsel, worden uiteindelijk de hersenen aangetast. Een veelbelovende muizenstudie, onder impuls van prof. Sebastiaan De Schepper (VIB-UAntwerpen/University College London), wijst in de richting van een mogelijke nieuwe behandeling.
Evenwichtsproblemen, spierstijfheid, trager bewegen, trillende handen, … De ziekte van Parkinson tast het lichaam geleidelijk aan door specifieke zenuwcellen in bepaalde delen van de hersenen af te breken. De slepende ziekte treft in België 50 000 mensen. Tegen 2050 zou dat aantal zelfs kunnen verdubbelen tot 100 000.
De neurologische aandoening is op dit moment ongeneselijk. Bovendien wordt de diagnose vaak pas gesteld wanneer motorische klachten optreden, maar tegen dan is het merendeel van de aangetaste zenuwcellen in de hersenen reeds afgestorven. Wie het ziekteproces wil afremmen, moet er dus vroeg bij zijn en de aandoening bij haar wortels aanpakken.
Ontspoord eiwit
Een kiem van de ziekte vinden wetenschappers terug in de darmen. “We weten dat het eiwit alfasynucleïne een hoofdrol speelt”, vertelt Sebastiaan De Schepper, professor neuro-immunologie aan het VIB-UAntwerpen Centrum voor Moleculaire Neurologie. “In de hersenen van patiënten zien we dat dit eiwit zich op een abnormale manier begint op te stapelen. Die klonters zorgen er uiteindelijk voor dat de zenuwcellen afsterven.”
Datzelfde eiwit komt ook in de darmen voor. “Net zoals in de hersenen kan het daar beginnen samenklonteren, mogelijk al decennia vóór de eerste motorische symptomen. Tegelijk kampen veel parkinsonpatiënten al jaren voor hun diagnose met darmklachten, vooral constipatie.”
Men vermoedt dat bij ongeveer de helft van alle ziektegevallen de ziekte mogelijk in het enterische zenuwstelsel begint, het complexe netwerk van zenuwen in de darmen, waarna het overslaat op het hersenzenuwstelsel. Bij de andere helft van de patiënten begint de aftakeling meteen in het brein.
Kapotte stofzuiger
Hoe komt het dat dit alfasynucleïne-eiwit ontspoort? Volgens De Schepper speelt ons darmimmuunsysteem daar onbedoeld een rol in. “We zien dat bepaalde immuuncellen – de macrofagen, die normaal als ‘stofzuigers’ werken en afvalstoffen opruimen – falen wanneer ze alfasynucleïne-klonters proberen te verwerken.”
Sterker nog: de klontering verergert binnenin de cel. Die ‘kapotte stofzuiger’ zou dus een cruciale rol kunnen spelen in het opstarten van het ziekteproces. En daar stopt het niet. “Wanneer zo’n macrofaag faalt, zendt die signalen uit die andere immuuncellen aantrekken. Die richten op hun beurt schade aan: eerst in de darmen, en mogelijk later ook in de hersenen.”
Muizenstudie
De macrofagen verspreiden zo onbedoeld het toxische alfasynucleïne-eiwit. Maar omgekeerd geldt ook: door het aantal ‘stofzuigers’ te verminderen, kan de schade worden ingeperkt.
In dit onderzoek, dat prof. De Schepper startte tijdens zijn postdoctorale aanstelling aan het UK Dementia Research Institute en University College London, namen de wetenschappers een eiwitklonter uit het brein van overleden parkinsonpatiënten. Vervolgens werden deze alfasynucleïne-eiwitten in de darmen van muizen ingebracht. Daarna volgden de onderzoekers hoe de eiwitklonters zich vanuit de darm richting de hersenen verplaatsten. Ze ontdekten dat darmmacrofagen deze eiwitten eerst opnemen en verwerken, en zo bepalen hoeveel en hoe snel ze zich verder in het lichaam kunnen verspreiden.
Wanneer de wetenschappers vooraf macrofagen uit de muizen verwijderden, belandden uiteindelijk ook minder toxische eiwitten in het brein. De ontdekking biedt inspiratie voor een nieuwe parkinsonbehandeling: macrofagen viseren om de verspreiding van schadelijke eiwitten in te dijken.
Met financiering van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek en de Europese onderzoeksraad startte De Schepper sindsdien zijn eigen labo aan VIB-UAntwerpen waar hij verder bouwt op deze inzichten. “Ons team onderzoekt momenteel hoe we de defecte macrofagen kunnen ‘repareren’. Daarnaast brengen we in kaart hoe deze cellen ontstekingssignalen en immuuncellen vanuit de darm naar de hersenen sturen, waar ze mogelijk bijdragen aan de ziekte van Parkinson.”
Foto: UAntwerpen












