Innovatieve, doelgerichte bestrijding van de invasieve uitheemse soort in de Molse Nete.
De provincie Antwerpen gaat samen met partners PXL, INBO en ANB innovatief aan de slag in de vallei van de Grote Nete om de Amerikaanse stierkikker er te bestrijden. Heel de zomer vangen teams doelgericht de invasieve uitheemse soort weg uit de Molse Nete na eerdere environmental DNA (eDNA)-staalnames. Met deze nieuwe techniek geeft de kikvors z’n locatie prijs en verloopt bestrijding efficiënter. Zo krijgen lokale soorten opnieuw een kans.
In de vallei van de Grote Nete voelt de Amerikaanse stierkikker zich wel erg goed thuis. De invasieve uitheemse soort is afkomstig uit de VS en Canada en wordt tot meer dan 20 cm groot. Sinds de jaren ‘90 komt de soort bij ons voor, vermoedelijk na een intrede in de regio via tuincentra, waar hij verkocht werd als tuinkikker. De kolos eet tal van lokale vissen, libellen, kikkers en zelfs kleine watervogels en kan drager zijn van een schimmel die dodelijk is voor het inheemse waterleven. Bovendien legt een stierkikkerwijfje tot 20.000 eieren per keer. Reden genoeg om de soort gericht te blijven bestrijden dus.
“De provincie Antwerpen neemt de problematiek onder de loep sinds 2009, samen met partners PXL, INBO en ANB”, vertelt gedeputeerde voor Leefmilieu Jan De Haes. “Boven op het jaarlijkse budget van € 100.000 voor de inzet van bestrijdingsteams, doet de provincie mee met innovatieve onderzoeksprojecten die inzetten op eDNA-onderzoek of het inschakelen van steriele kikkers. Zo maken we van de vallei van de Grote Nete terug een biodiverse omgeving waar lokale soorten terug een kans maken.”
Doelgericht wegvangen
In de Molse Nete, ten oosten van het kanaal Dessel-Kwaadmechelen, bevindt zich een geïsoleerde populatie van de Amerikaanse stierkikker. Het doel is om de soort daar helemaal uit te roeien. Experte Mieke Hoogewijs en haar team vangen er doelgericht de kikkers weg op basis van voorafgaande eDNA–staalnames. In het begin van deze zomer verzamelde het team dit environmental DNA (eDNA) dat aanwijst of de stierkikker in een vijver aanwezig is en of deze zich er voortplant. Op deze aangewezen locaties vangt de ploeg dan met schietfuiken de kikkers en larven af.
“Zo kunnen we doelgerichter aan de slag met het beschikbare budget”, vertelt experte Mieke Hoogewijs. “eDNA wordt wel vaker gebruikt voor monitoring van inheemse soorten, maar de inschakeling hiervan voor doelgericht beheer van invasieve uitheemse soorten is een unicum.” De techniek is bovendien bijzonder gevoelig: in een olympisch zwembad detecteert deze de aanwezigheid van één kikkervisje. IUCN (International Union for Conservation of Nature) steunt het project met een subsidie van € 50.000.
Hoopvolle blik vooruit
Waar de stierkikker nog sterk aanwezig is, is de inheemse biodiversiteit vaak sterk achteruitgegaan. Toch is een blik op de toekomst hoopvol. Op locaties waar de stierkikker al meerdere jaren opeenvolgend intensief wordt afgevangen, zien we dat de druk op het ecosysteem afneemt en dat inheemse amfibieën en waterinsecten geleidelijk weer opduiken. Met behulp van nieuwe eDNA-staalnames in september evalueert de ploeg het succes van de afvangsten van deze zomer om het beheer volgend jaar nog verder te verfijnen.

Steriele kikkers achter de hand
Met een Europees Life-project onderzoeken dezelfde partners of het vrijlaten van steriele kikkers een bruikbare techniek is voor het bestrijden van de Amerikaanse stierkikker. Onvruchtbare, triploïde stierkikkers (kikkers met drie sets chromosomen in plaats van twee) worden momenteel opgevolgd in omheinde vijvers. Ook daar zijn de resultaten veelbelovend. Met de gecombineerde aanpak van het eDNA-geleid afvangen en het vrijzetten van steriele kikkers zijn we gewapend tegen de overname van de vallei door deze exoot.
Je steentje bijdragen: hoor jij het geluid van de Amerikaanse stierkikker? Geef deze door via waarnemingen.be.
Foto: Copyright: provincie Antwerpen












