Kindertelevisie wordt inclusiever, maar niet iedereen volgt

Thalia Van Wichelen (UAntwerpen) onderzocht de houding tegenover holebi- en transpersonages in

Vlaamse kindermedia

In Vlaamse kinderfilms en -series krijgen holebipersonages meer schermtijd dan vroeger. Ook transgender en non-binaire personen duiken steeds vaker op. Maar niet iedereen is daar even enthousiast over, ontdekte communicatiewetenschapper Thalia Van Wichelen (UAntwerpen). Voor haar doctoraatsonderzoek bevroeg ze ouders en kinderen. “Hun beeld van mannelijkheid rijmt niet altijd met wat ze op tv zien.”

Een flamboyante modestudent gekleed in outfits die de traditionele gendernorm uitdagen. Een gevoelige jongen die met zijn geaardheid worstelt. Personages als Raoul en Yemi uit #LikeMe tonen hoe Vlaamse kindertelevisie met inclusieve casts en verhaallijnen helpt om het brede spectrum van seksualiteit en gender zichtbaar te maken.

“Kinderen en jongeren leren via films en series wat als ‘normaal’ wordt beschouwd”, legt Van Wichelen uit. “Media bieden een podium aan minderheidsgroepen, bijvoorbeeld door holebi- en transpersonages op te voeren. Maar bij sommigen, vaak mannen en jongens, heeft die blootstelling net een averechts effect: zij zetten zich er juist tegen af.”

Vaders zijn niet akkoord

Dat blijkt onder meer uit een vragenlijst die de onderzoekster voorlegde aan 614 ouders. Van Wichelen: “We peilden naar wat de kinderen wel en niet te zien mogen krijgen. Zo vindt één op vier (26%) papa’s het ongepast dat holebipersonages getoond worden in kindertelevisie. Bij moeders is dit maar 5%.”

De cijfers voor trans- en non-binaire personages liggen hoger. “Dan vindt zelfs één op drie vaders (35%) het ongepast en 21% oordeelt dat dit soort personages verboden zouden moeten worden. Bij moeders dalen die cijfers naar respectievelijk 12% en 4%.”

In gezinnen met meer zonen dan dochters is de weerstand groter dan in gezinnen waar meisjes in de meerderheid zijn. “In de eerste groep beschouwt bijna de helft (41%) van deze vaders het tonen van holebipersonages in kindertelevisie als ongepast”, haalt de onderzoekster aan. “Bij trans- en non-binaire personages geldt dat voor 36% van de vaders. Eén op de drie doelt zelfs op een verbod.”

Mannelijkheid

Een verklaring achter die opvallende cijfers vond de wetenschapster in diepte-interviews met de ouders. “Een veelgehoorde kritiek was dat thema’s als gender en seksualiteit zelfs voor volwassenen complex zijn, laat staan voor kinderen”, legt Van Wichelen uit. “Die ouders staan niet noodzakelijk negatief tegenover diversiteit op het scherm, maar trekken wel duidelijke grenzen. Twee kussende mannen of transpersonages in kinderprogramma’s vinden sommigen bijvoorbeeld niet aanvaardbaar.”

Een gelijkaardig sentiment herkende Van Wichelen tijdens interviews met 55 kinderen tussen de 10 en 12 jaar oud.

“Het was niet zozeer homoseksualiteit waarmee ze een probleem hadden, maar eerder personages die afweken van traditionele mannelijke stereotypen. Opnieuw blijkt dus hoe sterk ideeën over mannelijkheid meespelen.”

Opvallend genoeg bleek het argument dat seksualiteit en gender te ingewikkeld zouden zijn voor kinderen, weinig steek te houden.

“Integendeel”, besluit Van Wichelen. “De kinderen die ik interviewde, waren over het algemeen goed op de hoogte van die diversiteit. Vaak zelfs beter dan de ouders met wie ik daarover sprak.”

Foto: UAntwerpen

Related Posts

Welcome Back!

Login to your account below

Retrieve your password

Please enter your username or email address to reset your password.