De Sint-Jacobskerk in Antwerpen

De Sint-Jacobskerk is één van de vijf Monumentale Kerken van de stad Antwerpen, waarvan het interieur de sfeer van de contrareformatie uitstraalt. Met haar indrukwekkende Westertoren is de kerk een halte op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. De bouw begon in 1491, maar werd pas voltooid in 1656. Ondanks die langdurige werf is de Sint-Jacobskerk een onberispelijk homogeen voorbeeld van Brabantse gotiek met een ongemeen rijk barok interieur. De grafkapel van Peter Paul Rubens (1577-1640), bekroond met een altaarstuk van de meester zelf, is één van de hoogtepunten van de kerk.

De kerk Zoals zovele Europese steden heeft Antwerpen een Sint-Jacobskerk. Kort na 1404 ontstond hier, buiten de toenmalige stadswallen, een gasthuis voor de pelgrims uit Noord-Europa, die op weg waren naar Santiago de Compostella. In 1413 werd er een kleine kapel aan toegevoegd, gewijd aan de Heilige Jacobus, de patroonheilige van de pelgrims. De kapel werd in 1478 tot parochiekerk verheven en blijkt al snel veel te klein. Daarom wordt in 1491 de eerste steen gelegd van de huidige kerk in Brabantsgotische stijl. De bouwcampagne zou niet minder dan 175 jaar duren. Robuuste zuilen dragen de typische gotische skeletbouw terwijl het rijke maaswerk van de talloze glasramen zorgt voor een alomtegenwoordige decoratieve achtergrond. De universele geldingsdrang naar groter en hoger stimuleert de bouwers tot een toren die hoger moest zijn dan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Van die ongeveer 155 meter hoge droom geraakt amper een derde gerealiseerd: de werken aan de toren worden reeds tussen 1525 en 1533 definitief gestaakt.

Door de beeldenstormen van 1566 en 1581 zijn de oorspronkelijke gotische en vroeg-renaissance kunstwerken minder zichtbaar. Twee renaissance altaren zijn behouden gebleven en een breed scala aan kleurrijke muurschilderingen zijn in de restauratiecampagne van 2019-2026 vrij gelegd.

Na de calvinistische bezetting wordt de kerk in 1585 teruggegeven aan de katholieke eredienst. De heropbloei van het katholieke geloof zorgt voor een ongemeen rijk barok kunstpatrimonium met een overvloed aan marmersoorten. Dat de SintJacobskerk dit integraal heeft weten te behouden is uitzonderlijk. Dit heeft ze te danken aan een beëdigd priester die tijdens het Franse revolutionaire Bewind trouw zwoor aan de Republiek en bij wijze van beloning over een kerk naar keuze mocht beschikken.

Rubens en de Sint-Jacobskerk

Toen Rubens in 1618 zijn huis aan de Wapper betrok, werd de Sint-Jacobskerk zijn parochiekerk. Hij woonde er dagelijks de mis bij en op 6 december 1630 huwde hij er met Helena Fourment. Ook hun kinderen werden in deze kerk gedoopt. De kerk lag in de rijkste wijk van Antwerpen en het interieur bevat grafmonumenten van de voornaamste families van de stad, versierd met prachtige kunstwerken. Zo had de familie Rockox hier sinds de zestiende eeuw een grafkapel met een triptiek van het Laatste Oordeel. In de meest prestigieuze familiekapel, pal achter het hoogkoor, ligt Peter Paul Rubens zelf begraven. Rubens overleed in zijn woning op woensdag 30 mei 1640. Zijn grafkapel was pas in 1645 klaar. Ook Rubens’ weduwe Helena Fourment ligt er begraven, hoewel zij na Rubens’ dood hertrouwde. In de loop der eeuwen zijn 42 afstammelingen van Rubens in deze kapel bijgezet.

De prestigieuze kapel op de centrale plaats in de kooromgang is vooral een keuze van de nabestaanden van Rubens. Op zijn sterfbed stemde Rubens in met de bouw ervan, ‘indien zijn weduwe en meerderjarige zoon en de voogden van zijn minderjarige kinderen zouden vinden dat hij een dergelijke nagedachtenis verdiende’. Hij koos het schilderij voor het altaar: zijn eigen Madonna met heiligen. Ook het beeld van de Madonna van Smarten, gemaakt door zijn leerling Lucas Faydherbe, bestemde hij zelf voor zijn graf. De tekst van Rubens’ grafplaat is interessant. Zijn vriend, stadssecretaris Gevartius, drukt er volmaakt de leefwereld van Rubens in uit. Hij vermeldt haast terloops dat Rubens schilder was, maar legt des te meer nadruk op diens geleerdheid, zijn omgang met vorsten en de adellijke titels en ambten die hij verwierf. Zo wilden zijn nazaten hem ook het liefst gedenken. Deze nadruk op wereldse glorie en eer herinnert ons aan de hoofdzonde hoogmoed. De tekst is in 1640 geschreven, maar werd pas in 1755 bij het graf aangebracht door de zorg van een achterkleinzoon van Rubens.

‘Petrus Paulus Rubens, ridder, zoon van Jan, schepen van deze stad, en Kasteelheer van ‘Het Steen’ (Elewijt), die, buiten zijn overige begaafdheden, waardoor hij wonderbaar uitblonk in de kennis van de oude geschiedenis en van alle edele en fraaie kunsten, nog de roemrijke naam van Apelles verdiende, van zijn tijd als van alle eeuwen, en die de vriendschap verwierf van koningen en prinsen, verheven tot de waardigheid van schrijver van de Geheime Raad; en die door Filips IV, koning van Spanje en Indië, bij Karel, koning van Groot-Brittannië, in 1629 afgevaardigd, op gelukkige wijze de grondslagen legde tot de vrede die weldra tussen beide vorsten werd gesloten. Hij stierf in het jaar des Heren 1640, de 30ste mei, in de leeftijd van 64 jaar.’

Cijfers & weetjes

De kapel was reeds in 1637 aan Rubens toegewezen.

Rubens en Helena bepalen in hun laatste testament op 27 mei 1640 dat ze willen worden begraven in de Sint-Jacobskerk. Ze legateren 100 gulden aan de kerk.

Op 30 mei 1640 sterft Rubens. Op 2 juni wordt hij – tijdelijk – bijgezet in de grafkelder van de familie Fourment, zijn schoonfamilie.

De Sint-Jacobskerk was duidelijk ook heel belangrijk voor Helena Fourment.

Zij was daar gedoopt, getrouwd, heeft haar kinderen daar laten dopen en haar ouders daar begraven. Ze heeft zelf gekozen om er begraven te worden naast Rubens in plaats van naast haar tweede man. Helena heeft ook “the lion’s share” betaald om het Rubenskapel te bouwen.

De Sint-Jacobskerk is de plek waar de familie Rubens vreugde en verdriet deelden:

o In 1561 huwen Jan Rubens en Maria Pypelinckx in de Sint-Jacobskerk.

o In 1590 huwen Rubens’ zus Blandina Rubens en Simon (Simon) du Parcq in de Sint-Jacobskerk.

o In 1618 wordt de kleine Nicolaas, zoon van Rubens en Isabella Brant, gedoopt in Sint-Jacobskerk. Maria de Moy, tante van Isabella Brant en weduwe van Filips Rubens, is meter.

o In 1620 treedt Isabella op als meter van het kindje van de schilder Alexander Adriaenssens in de Sint-Jacobskerk.

o In 1630 trouwen Rubens en Helena in de Sint-Jacobskerk. In 1632 wordt hun eerste dochtertje, Clara Johanna, er gedoopt.

o In 1633 wordt Fransje Rubens er gedoopt.

o In 1635 wordt Isabella Helena, het tweede dochtertje van Rubens en Helena, gedoopt in de Sint-Jacobskerk.

o In 1637 wordt Peter Paul, zoon van Rubens en Helena, er gedoopt.

o Clara Stappaerts, moeder van Helena Fourment, wordt op 26 januari begraven in de Sint-Jacobskerk.

De toeschrijving van de sculptuur is onzeker. Wordt afwisselend toegeschreven aan Lucas Faydherbe, François Duqoesnoy, en Hieronymus Duquesnoy II.

Het grafschilderij was hoogstwaarschijnlijk voor een onbekende opdrachtgever geschilderd, maar is uiteindelijk door Rubens gebruikt. Het is niet geweten of de opdrachtgever het werk annuleerde, of dat Rubens dit zelf deed.

Er bestaan veel eigentijdse en latere kopieën van het schilderij, wat een bewijs is van de verering die Rubens’ en zijn laatste rustplaats kregen na zijn overlijden. Zijn kapel werd in zekere zin een pelgrimsoord voor latere kunstenaars.

Foto: ©Sigrid Spinnox

Related Posts

Welcome Back!

Login to your account below

Retrieve your password

Please enter your username or email address to reset your password.