Nieuw onderzoek bevestigt: “Zorg moet verder gaan dan het medische”
Het nieuwe Vlaamse charter rond vroeg zwangerschapsverlies, recent ondertekend door verschillende ziekenhuizen, betekent een belangrijke stap in de erkenning van pril zwangerschapsverlies als méér dan een medische gebeurtenis. Onderzoekers van de Karel de Grote Hogeschool (KdG) en Universiteit Gent reageren positief en delen de eerste resultaten van het grootschalige onderzoeksproject Invisible Loss, dat de psychosociale impact van pril zwangerschapsverlies in Vlaanderen in kaart brengt.
“Wij moedigen deze beweging ten volle aan,” zegt dr. Jente Bontinck, senior onderzoeker aan KdG. “Onze voorlopige resultaten tonen duidelijk dat ouders nood hebben aan meer dan medische opvolging. Er is behoefte aan erkenning, duidelijke informatie en psychosociale ondersteuning – ook voor partners.”
Eerste grootschalige Vlaamse data
Het onderzoeksproject Invisible Loss (2024–2026) brengt voor het eerst op grote schaal in Vlaanderen de ervaringen en ondersteuningsnoden in kaart van vrouwen én partners na een zwangerschapsverlies in de eerste 13 weken.
Aan de online bevraging namen 697 personen deel (670 vrouwen en 27 partners), met een gemiddelde leeftijd van 32,6 jaar.
De eerste analyses tonen een aanzienlijke psychosociale impact:
- Deelnemers bleven gemiddeld 12 dagen afwezig van het werk.
- 56% scoort in de categorie ‘mogelijke angststoornis’, 30% in ‘vermoedelijke angststoornis’.
- 39% scoort in ‘mogelijke depressie’, 12% in ‘vermoedelijke depressie’.
- Slechts 4,4% rapporteert een goede mentale gezondheid.
“Niet iedereen ontwikkelt een klinische stoornis,” benadrukt het onderzoeksteam, “maar de cijfers tonen wel dat een grote groep verhoogde psychische kwetsbaarheid ervaart.”
Geen randfenomeen
Internationaal onderzoek in The Lancet (Quenby et al., 2021) schat dat jaarlijks wereldwijd 23 miljoen miskramen plaatsvinden – gemiddeld 44 per minuut. Toch ontbreekt in Vlaanderen robuuste kwantitatieve data over concrete ondersteuningsnoden.
“Er is veel betrokkenheid in het werkveld, maar beleid heeft nood aan cijfers,” aldus het team. “Zonder data blijft structurele verbetering moeilijk.”
Partners vaak onzichtbaar
Zowel in de bevraging als in eerdere gesprekken met zorgverleners blijkt dat partners zich geregeld onzichtbaar voelen in het zorgproces. Het onderzoek pleit daarom voor gezinsgerichte zorg, met expliciete aandacht voor rouw, communicatie en ondersteuning op maat van beide ouders.
Deelnemers omschrijven pril zwangerschapsverlies vaak als een “onzichtbaar verlies”, wat het rouwproces kan bemoeilijken door gebrek aan maatschappelijke erkenning.
Op weg naar een geïntegreerd zorgpad
De verdere analyses lopen nog. In 2026 starten verdiepende interviews.
Binnen een vervolgtraject, samen met Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel, wordt gewerkt aan een evidence-based zorgpad voor ouders na pril zwangerschapsverlies.
Doel: betere registratie, duidelijke doorverwijzing, laagdrempelige psychosociale hulp en structurele verankering van nazorg.
Over het onderzoek
Invisible Loss is een onderzoeksproject (2024–2026) gecoördineerd door Karel de Grote Hogeschool (onderzoekscentrum Zorg in Connectie), in samenwerking met Universiteit Gent (onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde).
Het project onderzoekt de ervaringen en ondersteuningsnoden van vrouwen en partners na een zwangerschapsverlies ≤13 weken (in de afgelopen twee jaar).












