Child’s Play brengt nieuw werk en twintig jaar artistiek onderzoek samen in de Warande
Met Child’s Play presenteert de Warande een grootschalige tentoonstelling van Philippe Van Wolputte (°1982, Antwerpen), een van de meest eigenzinnige stemmen binnen de Belgische hedendaagse kunst. Na meer dan twintig jaar onderzoek naar verlaten gebouwen, stedelijke restruimtes en plekken die op verdwijnen staan, slaat Van Wolputte een nieuw hoofdstuk open in zijn praktijk. Zijn recente verhuis naar Amsterdam — een stad waar de rafelranden die zijn werk jarenlang voedden steeds schaarser zijn geworden — bracht hem onverwacht bij een nieuw onderzoeksgebied: de speeltuin.
Sinds het begin van zijn artistieke praktijk onderzoekt Philippe Van Wolputte plekken die zich aan de gecontroleerde stad lijken te onttrekken. Bouwvallige panden, verlaten industriële sites, gebouwen die wachten op de sloophamer: het zijn ruimtes waarin de gebruikelijke regels tijdelijk lijken opgeheven en waar vrijheid, verval en vergankelijkheid naast elkaar bestaan.
Die fascinatie ontstond al vroeg. Als kind bezocht Van Wolputte bijna elk weekend zijn grootouders in Doel en zag hij van dichtbij hoe een volledig dorp langzaam werd uitgehold door de uitbreiding van de Antwerpse haven. Omleidingen, afbraak, afsluitingen, beveiligingscamera’s en tijdelijke infrastructuur veranderden het landschap voortdurend. Later vond hij vanuit zijn achtergrond in graffiti en straatkunst zijn weg naar verlaten gebouwen en stedelijke restruimtes.
Van Wolputte noemt ze zijn ‘stedelijke grotten’: plekken buiten de reguliere circulatie van de stad, waar andere vormen van kijken en handelen mogelijk worden. Hij fotografeert en filmt ze, grijpt er ter plaatse op in en vertaalt hun architectuur naar installaties waarin ook de bezoeker een actieve rol krijgt.
De tentoonstelling ontvouwt zich als een parcours doorheen het gebouw van de Warande en brengt voor het eerst een nieuwe reeks werken rond speeltuinen en speelarchitectuur samen met een selectie sleutelwerken uit meer dan twintig jaar artistieke praktijk. Installaties, fotografie en video tonen hoe Van Wolputte al sinds het begin van de jaren 2000 de grenzen tussen architectuur, publieke ruimte, vrijheid en controle onderzoekt.
Van Antwerpen naar Amsterdam
Zijn verhuis naar Amsterdam betekende een belangrijke verschuiving. In de strak georganiseerde Nederlandse hoofdstad bleken de verlaten gebouwen en vergeten plekken die jarenlang zijn natuurlijke werkterrein vormden veel moeilijker te vinden.
Net die afwezigheid werd het vertrekpunt voor nieuw werk.
Van Wolputte begon anders naar zijn nieuwe omgeving te kijken en merkte dat één type ruimte zich opvallend aan de doorgedreven organisatie van de binnenstad lijkt te onttrekken: de speeltuin. Overdag ontworpen als afgebakende plek voor spel en ontwikkeling, maar grote delen van de tijd leeg en ongebruikt. Plekken die bovendien andere activiteiten aantrekken dan waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn.
Voor Van Wolputte bezitten ze dezelfde merkwaardige tristesse en ambiguïteit die hij vroeger aantrof in verlaten gebouwen. Tegelijk roepen ze fundamentele vragen op. Waarom worden sommige speeltuinen nauwelijks gebruikt? Ligt het aan hun ontwerp, aan de buurt waarin ze zich bevinden, of aan een veranderende manier waarop kinderen spelen en de stad gebruiken?
Vanuit die observaties ontstonden nieuwe interventies in de publieke ruimte, die op hun beurt de aanzet vormden voor Child’s Play.
De speeltuin als eerste plek van vrijheid
In de tentoonstelling transformeert Van Wolputte herkenbare elementen uit speeltuinarchitectuur tot nieuwe sculpturen en installaties. Wat vertrouwd en onschuldig lijkt, wordt vervreemdend. De werken bewegen zich bewust tussen utopie en dystopie, vrijheid en controle, spel en architectuur.
Daarmee keert Van Wolputte ook terug naar iets fundamenteels in zijn oeuvre: hoeveel ruimte geven we onszelf nog om zelf te ontdekken?
De speeltuin is voor veel kinderen de eerste plek waar ze zonder voortdurende begeleiding hun eigen grenzen aftasten. Je klimt hoger dan je dacht te durven, zoekt een andere weg naar beneden, valt, probeert opnieuw. Het is een omgeving waarin nieuwsgierigheid en zelfonderzoek vanzelfsprekend zijn.
Precies die houding verwacht Van Wolputte ook van zijn publiek.
Child’s Play is geen tentoonstelling die zich volledig prijsgeeft aan wie haar passief doorloopt. De architectuur van de expozaal wordt een terrein dat verkend moet worden. Zoals in eerdere installaties van de kunstenaar wordt de bezoeker uitgedaagd om zelf keuzes te maken, verder te kijken en te beslissen hoeveel moeite hij of zij wil doen om alles te ontdekken.
Twintig jaar Philippe Van Wolputte
Tegelijk biedt Child’s Play een bijzondere inkijk in meer dan twintig jaar artistieke praktijk. Naast de volledig nieuwe reeks worden sleutelwerken uit Van Wolputtes oeuvre samengebracht, waardoor zichtbaar wordt hoe consequent vragen rond architectuur, vrijheid, verval, nieuwsgierigheid en autonomie door zijn werk lopen.
Zo wordt onder meer teruggegrepen naar Temporary Penetrable Exhibition Spaces (2005–2015), waarin de kunstenaar de klassieke tentoonstellingsruimte openbreekt, en Looking Back While Walking Forward (2013), dat de openbare ruimte als canvas gebruikt. Kenmerkend is Van Wolputtes rauwe zwart-witbeeldtaal, waarin krassen, vouwen en andere sporen niet worden weggewerkt maar integraal onderdeel worden van het beeld.
Ook videowerken als Inhaling Minerals As-Best As Possible (2010) en Give Off / Give Out (2011) worden opnieuw getoond. Daarin vertrekt Van Wolputte vanuit zijn confrontaties met asbest tijdens zijn exploraties van verlaten gebouwen. De problematiek wordt tegelijk een bredere metafoor voor onze omgang met het onbekende: wat nemen we zomaar aan, wat onderzoeken we zelf en in welke mate laten we onze blik bepalen door informatie van anderen?
Die vraag verbindt het vroege werk rechtstreeks met Child’s Play. Want achter de verlaten gebouwen, tunnels, kelders en speeltuinen schuilt bij Van Wolputte steeds dezelfde zoektocht: is er binnen onze steeds meer georganiseerde en gecontroleerde omgeving nog plaats voor ongeplande ontdekking, vrijheid en zelfonderzoek?
Philippe Van Wolputte (°1982, Antwerpen) ontwikkelt sinds het begin van de jaren 2000 een multidisciplinaire praktijk op het snijvlak van installatie, fotografie, video en interventies in de publieke ruimte. Vanuit een vroege achtergrond in graffiti en straatkunst verschoof zijn werkterrein naar verlaten gebouwen, stedelijke restruimtes en architectuur die op verdwijnen staat.
De manier waarop hij toegang krijgt tot die plekken, het verblijf en onderzoek ter plaatse en de fysieke ervaring van architectuur zijn daarbij even belangrijk als het uiteindelijke kunstwerk. In tentoonstellingsruimtes vertaalt hij die ervaringen naar installaties die de bezoeker niet alleen laten kijken, maar ook uitdagen om zelf te bewegen, zoeken en ontdekken.
Philippe Van Wolputte — Child’s Play
Van 6 december 2026 tot 18 april 2027
de Warande — Expozaal
Turnhout
Foto: Club Paradis












