Na een kalender, beslisbomen, gratis opleidingen en beschermingsmateriaal volgt nieuw onderzoek naar ecologische behandeling van nesten.
In de nazomer bevinden veel kolonies van de Aziatische hoornaar zich in grote nesten, vaak hoog in de boomtoppen. Toch kunnen nesten ook op plaatsen hangen waar veel mensen komen of uitzonderlijk laag bij de grond. Provincie Antwerpen ondersteunt steden en gemeenten om afhankelijk van de locatie en het risico de juiste aanpak te kiezen. Na een kalender, beslisbomen, gratis opleidingen en beschermingsmateriaal volgt nu ook onderzoek naar de behandeling van nesten met diatomeeënaarde. Daarmee wil de provincie verder bouwen aan een geïntegreerde aanpak waarbij de veiligheid van inwoners primeert en telkens wordt gekozen voor een doeltreffende methode met zo weinig mogelijk nevenschade voor de biodiversiteit.
“Het goede nieuws is dat diatomeeënaarde echt lijkt te werken. Dit wijst erop dat dit product een volwaardige bestrijdingsmethode kan zijn voor situaties waarin er geen acuut veiligheidsrisico is”, zegt Jan De Haes. “Bij een nest aan een school of speelterrein moet je snel kunnen optreden. Ligt een nest afgelegen, dan kan diatomeeënaarde een goede keuze zijn met minder nevenschade voor de biodiversiteit. En ook als een klassiek bestrijdingsmiddel nodig is, moet dat gericht en professioneel worden toegepast. De juiste aanpak hangt dus af van de plaats en het risico.”
Nieuw onderzoek test efficiëntie van kiezelwieraarde
Bij het behandelen van nesten worden vandaag vaak klassieke insecticiden gebruikt. Die doden Aziatische hoornaars, maar schaden ook andere insecten en het waterleven. Daarom onderzoekt provincie Antwerpen kiezelwieraarde (of diatomeeënaarde) als ecologisch alternatief. Dit doet ze samen met een thesisstudent van de Universiteit Antwerpen, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en een vrijwilliger van Vespa-Watch. Het natuurlijk product toonde in eerdere proeven veel potentieel en wordt vandaag al gebruikt, bijvoorbeeld tegen bloedluis bij kippen.
De onderzoekers volgen 30 nesten op, verdeeld in tien groepen van drie. In elke groep werd één nest behandeld met een klassieke insecticide, één met kiezelwieraarde en één helemaal niet. Het team verwijderde de behandelde nesten uit bomen verspreid over de hele provincie om deze vervolgens veilig te verzamelen in afgesloten kooien op Campus Vesta. Hoornaars die rond het nest vlogen, werden met een speciale stofzuiger opgevangen en opnieuw bij het nest geplaatst. Bij Campus Vesta worden de wespen nauwgezet opgevolgd en gevoed. Zo onderzoeken de partners hoeveel werksters en koninginnen onmiddellijk sterven, hoeveel hoornaars een tijd overleven en of koninginnen de winter halen. Dat laatste is belangrijk, omdat een overlevende koningin het volgende voorjaar een nieuwe kolonie kan starten.
“De proef loopt nog, maar de eerste waarnemingen zijn positief”, zegt Kathleen Verstraete, provinciaal expert Aziatische hoornaar. “Deze tonen dat de meeste nesten, behandeld met diatomeeënaarde, kort na de behandeling uitsterven. Sommige werksters lijken te overleven, we onderzoeken verder of ze de larven van de koninginnen nog kunnen grootbrengen. Op basis van deze informatie willen we lokale besturen heel concreet adviseren over wanneer en hoe ze dit product optimaal kunnen inzetten. Omwille van de vertraagde werking van het product, zal het waarschijnlijk enkel nuttig zijn op locaties waar geen acuut gevaar is voor de veiligheid van inwoners.”
De juiste aanpak op de juiste plaats
Het onderzoek naar diatomeeënaarde vormt een aanvulling bij de bestaande ondersteuning. Na afronding van het wetenschappelijk onderzoek verwerkt het team de bevindingen in praktische aanbevelingen. Zo krijgen steden en gemeenten steeds betere handvatten voor een gerichte aanpak van de Aziatische hoornaar, waarbij veiligheid primeert en steeds wordt uitgegaan van de meest doeltreffende methode met zo weinig mogelijk nevenschade voor de biodiversiteit.
“Met dit onderzoek kunnen we lokale besturen nog beter helpen om per situatie de juiste keuze te maken”, besluit Jan De Haes. “De eerste resultaten lijken te bevestigen dat diatomeeënaarde een volwaardige extra methode kan zijn naast de technieken die vandaag al gebruikt worden.”
Foto: Copyright: provincie Antwerpen











