Tienjarig jubileum vruchtwisselingsproef provinciaal onderzoekscentrum Hooibeekhoeve
In Bottelare, met zijn zandleem bodem, ligt sinds 2006 een vruchtwisselingsproef aan met voedergewassen van de Proefhoeve HOGENT-UGENT. Op de zandbodem in Geel volgt Hooibeekhoeve dit voorbeeld sinds 2016. Een mooi 10-jarig jubileum en een geschikt moment om de resultaten van beide praktijkcentra te peilen.
We laten Joos Latré (lector HOGENT, AgroFoodNature) en Gert Van de Ven (onderzoeker Hooibeekhoeve) aan het woord. Ze volgen respectievelijk de proeven in Bottelare en Hooibeekhoeve op.
De hamvraag is: wat levert het op?
“Dat is inderdaad vaak het eerste waarnaar gekeken wordt,” zegt Joos. “Opvallend is dat de vruchtwisseling zorgt voor stabielere opbrengsten bij mais. Toch wel belangrijk met de weersextremen van de laatste jaren. In onze proef werken we met referentiejaren waarbij na de eerste cycli in alle systemen aardappelen werden geteeld. Daarbij zagen we dat een voorvrucht van grasklaver of een brede rotatie met grasklaver voor de hoogste opbrengstniveaus zorgt. Dit heeft te maken met een betere bodemstructuur en betere stikstofbeschikbaarheid.”
“Bij ons is het beeld genuanceerder,” vult Gert aan. “Hier wordt er in de referentiejaren met mais gewerkt. In 2017 zagen we zo een serieuze meeropbrengst na vruchtwisseling, hoewel een lange periode van monocultuur mais slechts voor 1 jaar doorbroken was. De twee andere referentiejaren, 2020 en 2025, waren heel droge jaren. In tegenstelling tot het gunstige effect van grasklaver in Bottelare, zagen wij dit in Geel in die jaren niet, integendeel. Wellicht ging het gras met te veel water lopen. Mogelijk was de bodem na het natte jaar 2024 ook meer verdicht onder het gras.”
Betekent dit dat je niet tevreden bent over de rotatie?
“Zeker niet,” zegt Gert. “Ik denk dat we pech hebben gehad dat de twee laatste referentiejaren telkens droog waren. 2025 werd dan nog eens voorafgegaan door twee zeer natte jaren. Opbrengst is één ding, maar kwaliteit speelt ook een rol. We lieten stalen analyseren en zagen over het algemeen meer zetmeel, meer VEM (Voeder Eenheid Melk) en een beter verteerbaarheid. Wat in je kuil terechtkomt, dat telt. En dan spreek ik nog niet over de onkruiden. De verminderde onkruiddruk is echt indrukwekkend! In de beginjaren hadden we op het veld een hele hoge druk van glad vingergras, het laatste jaar was dit vooral melganzevoet. Dankzij de vruchtwisseling zien we een halvering van de onkruiden.”
In beide proeven zijn ook bemestingstrappen opgenomen. Welke invloed hebben deze?
“Zeker bij die lagere stikstofdosissen is het effect van vruchtwisseling groter,” duidt Joos. “Een bodem onder een ruime rotatie levert meer voedingsstoffen aan. Zeker na grasklaver. Dan zagen we zelfs zonder toevoeging van stikstof een volwaardig gewas op het veld na twee jaar grasklaver. Daar kan een boer toch wat mee als zijn velden in gebiedstype 3 liggen… Ook bleek dat in een ruime vruchtwisseling meestal met minder bemesten toch eenzelfde opbrengst kan behaald worden in vergelijking met monocultuur.”
Naast bemesting wordt er ook gekeken welk effect compost kan hebben?
“Daarbij zagen we bijna altijd een meeropbrengst in de plots waar compost wordt toegediend. Gelukkig met een minimaal effect op de onkruiddruk,” zegt Gert.
“Wel opletten met de dosering van compost,” vult Joos aan. “Wij dienden eerst 40 ton per hectare toe. Dat was toch wat te veel van het goede, de voederbieten leden eronder. Vermoedelijk werd er te veel stikstof gefixeerd. Nadien gebruikten we 20 ton en kregen we wel mooie resultaten.”
Nu spreek je enkel over opbrengst, maar heeft compost nog andere voordelen?
“Wij zagen een hogere zuurtegraad bij het gebruik van compost,” aldus Gert. “In 2025 lieten we ook voor de eerste keer het bodemleven meten met analyses van de fosfolipidevetzuren. Dat is nog nieuw voor ons en we zijn nog wat zoekende, maar in die eerste analyse zag je wel mooi dat er meer microbieel leven aanwezig was bij de plots met compost.”
“Die bodemgezondheid is zo belangrijk! Niet enkel compost speelt daarbij een rol, maar ook gebruik van machines, bemesting, teeltkeuze…,” pikt Joos in. “Wij hebben waterdoorlaatbaarheid gemeten. Bij de grasklaverobjecten zit dat gewoon veel hoger. Dat zorgt voor een losse, goed gestructureerde bodem en dan is er meer ruimte voor waterdoorstroming en ook voor wortelontwikkeling. De bodem moet in orde zijn! Alleen zo kan je je wapenen tegen klimaatverandering.”
Wat brengt de toekomst?
“Dat bodemleven interesseert ons,” vertelt Gert. “Dat is echt nog onderbelicht, maar lijkt toch een sleutelrol te spelen in dit verhaal. Dit zal in de vruchtwisselingsproef zeker mee opgevolgd worden.” “Ook in Bottelare is dit een optie. Daarbij willen we ook nog meer toespitsen op andere parameters, zoals het meten van verdichting,” vult Joos aan.
Landbouwers met interesse in bodemleven gezocht
Ook binnen het recent gestart demonstratieproject ‘Landbouw start bij de bodem: Wat is de impact van agro-ecologische praktijkmaatregelen op het bodemleven?’ waarvan Hooibeekhoeve trekker is, staat bodemleven centraal. Voor dit project worden melkveehouders en akkerbouwers gezocht die graag meer te weten komen over het bodemleven van hun percelen. Meer specifiek zoeken we duo’s (collega’s, vrienden, buren…) met een ander perceelsmanagement (bv. niet-kerend versus ploegen, ruime rotatie versus monocultuur mais) waar betrokken onderzoekers stalen mogen nemen.
Meer info:
Geïnteresseerd in de oproep voor Landbouw start bij de bodem? Stuur een mailtje naar onderzoeker Ellen Truyers van Hooibeekhoeve: ellen.truyers@provincieantwerpen.be.
www.provincieantwerpen.be/nl/projecten/bodemleven
www.provincieantwerpen.be/nl/projecten/vruchtwisseling-voor-een-robuust-melkveebedrijf
Foto: Copyright: Hooibeekhoeve












