Een bezoek in de kilometerslange ondergrondse caves van de Champagnestreek hebben menige lezer reeds meegemaakt. Meestal was dit onder begeleiding van een sommelier des huizes die dan zeker over het ontstaan van de bubbels praatte. Dom Pérignon kwam zeker ter sprake. Zijn toevallige ontdekking situeert zich in 1668. Deze Franse monnik ontwikkelde de nu wettelijk omschreven methode traditionnelle – tweede gisting op de fles –  ( vóór 1994 de methode champenoise genoemd ).

Een ander verhaal vertelt ons dat niet Dom Pérignon de uitvinder van de tweede fermentatie op de fles was maar een Engelsman ? In 1662 ontdekte de Engelse wetenschapper Christopher Merret dat elke stille wijn bubbelend kon gemaakt worden door een klein beetje suiker toe te voegen, alvorens er gebotteld werd.

 

Nog een andere stelling volgens dewelke mousserende wijn zou zijn uitgevonden is afkomstig uit de Franse streek Limoux en dateert van 1531. De nu geclassificeerde mousserende wijn AOC Blanquette de Limoux, methode Ancestral wordt nog steeds gemaakt volgens de methode uit 1531. Hiervoor mag enkel het ras mauzac – ter plaatse blanquette genoemd – worden gebruikt. Er vindt bij deze methode een eerste gisting ‘ en cuve ‘ plaats die wordt gestopt door een koudebehandeling en filtratie op een moment dat er een restsuikergehalte van 70 gram per liter is bereikt. Volgens de geschriften zou een monnik uit het Benediktijnenklooster (gesticht in de 7e eeuw ) te Saint Hilaire in 1531 het mousserende godendrankje hebben uitgevonden. In Limoux vertelde men mij dat bij hen de eerste ‘brut’ ter wereld is geboren.

Ieder zijn waarheid dus. UIt het voorgaande blijkt dus dat de bereidingswijze of beter gezegd de vinificatiemethode hier het verschil maakt.

Let op: naast de methode Ancestrale biedt men in de Limoux nog de klassieke methode ( tweede gisting op fles zoals in de Champagne  ) aan onder de AOC-benaming Blanquette de Limoux. Daar schrijft de wetgeving voor dat de tweede gisting negen maanden moet duren. De gebruikte rassen zijn mauzac (90%), chenin en chardonnay.

Een andere bubbel uit de streek noemt zich AOC-Crémant de Limoux. Deze mousserende wijn moet bestaan uit de rassen mauzac (maximum 70%), chenin en chardonnay. Geen van de twee aanvullende cépages mag meer dan 20% bedragen. Sedert 2003 mag ook het ras pinot noir voor maximum 10% toegevoegd worden. Hierbij moet de tweede gisting 12 maanden duren waarna wordt herkurkt.

Een organoleptisch onderzoek leert mij dat de mousserende Limoux wijnen fijne en elegante belletjes vertonen. De Blanquette de Limoux ruikt naar meidoorn, acaciabloemen en groene appel. De Blanquette de Limoux, methode ancestrale geeft mij toetsen van abricoos, acacia, meidoorn, witte bloemen, perzik en appel. De crémant de Limoux geeft een overtreffende geur van perzik en abricoos.

Wie was nu de eerste uitvinder van de belletjeswijn?

Laat ons al die boekenwijsheid over ‘wie heeft nu de primeur’ even naast ons neer leggen en laat ons meegaan in het verhaaltje van een plaatselijke wijnboer:

 

 De legende van de fee van Limoux

 Er wordt gezegd dat er in de dagen van de koningen in de streek van Limoux er feeën in de bossen waren. Soms hoorden men ze ‘s nachts zingen. Ze woonden onder de grond en men beweerde dat ze macht en rijkdom hadden. Soms boden ze een pasgeboren baby genegenheid aan en wist men toen al dat hij of zij honderd jaar gelukkig zou worden. Andere keren bezochten ze oude pasgetrouwden. Uitgelegd: als je op je twintigste of dertigste trouwt, heb je nog steeds je ouders, je tante’s en nonkels enz.  Dus, we krijgen geschenken en steun. Maar als je weduwnaar of weduwe bent, of je hebt heel lang  gewacht om te trouwen, bijvoorbeeld na je vijfstigste of meer, dan blijft er  niemand meer over. Dus na het bruiloft kwam er op een avond een fee op de deuren kloppen van deze oude pasgetrouwden. Ze verwelkomden haar altijd: de fee werd hun meter, ze bracht geschenken, goud en remedies … Ze raakte de oude bruidegom aan en hij kreeg zijn kracht als jonge man terug!

 Op een dag trouwde Louison met de oude Richarde. De twee waren meer dan zestig jaar oud. Ze waren nauwelijks rijk. Hij was een kleine wijnboer en ze hadden een paar geiten …

Een fee kwam naar ze toe.

‘Louison,’ zei ze, ‘je bent een goede man en een goede wijnbouwer. Je wijn is goed, maar ik zal je een geheim vertellen dat uw wijn nog beter zal maken.’

De fee kwam vaak terug bij de oudjes en ze werd zelfs gezien in de wijngaarden en in de kelders, werkend zo hard als een arbeider. Meer dan een jaar later liet Louison iedereen een sprankelende, charmante wijn zien die in het glas leek te zingen. De priester, de bourgeois, de wijnboeren en zelfs de mensen uit de stad prezen allemaal deze nieuwe wijn.

De brave, goede man, zoals we al zeiden, vertelde aan andere wijnbouwers hoe ze deze sprankelende wijn moesten maken. En zo werd dankzij een goede fee de Limoux-wijn geboren.

De streek van de Aude is een land rijk aan feeën met vaak zeer nieuwsgierige legendes.

 Genieten maar!

Georges De Smaele, wijnrecensent.

September 2020.